Presenteren: Ideeën en plannen op heldere wijze presenteren, effectief gebruik makend van ter beschikking staande hulpmiddelen.
spreekt standaard-Nederlands
durft te spreken in het openbaar
is stressbestendig
houdt een krachtig betoog dat gestructureerd is opgebouwd
hanteert heldere en duidelijke taal
maakt op de juiste wijze gebruik van hulpmiddelen tijdens presentaties (<i>flip-over, beamer</i> enzovoort)
is goed verstaanbaar qua stemvolume en duidelijkheid van spreken (mompelt niet)
kijkt het publiek aan en maakt gebruik van variatie in intonatie en non-verbaal gedrag
geeft een complex verhaal in heldere en concrete bewoordingen weer
verlevendigt een betoog met voorbeelden die het publiek aanspreken
is niet alleen aan het woord, maar betrekt ook het publiek
maakt bewust gebruik van verschillende wijzen van communiceren, zowel verbaal als lichamelijk
speelt adequaat in op vragen uit het publiek
straalt zelfvertrouwen en deskundigheid uit
maakt gebruik van steekwoorden die de lijn van het betoog weergeven
is in staat om van de eigen betooglijn af te wijken en in te spelen op vragen uit het publiek
heeft een ontspannen houding en maakt indien mogelijk gebruik van de ruimte om heen en weer te lopen
hanteert de juiste humor op het juiste moment tijdens presentaties
wisselt soepel van een complex niveau naar een eenvoudiger niveau tijdens presentaties, kan omschakelen tussen de verschillende niveaus
Presenteren is makkelijk ontwikkelbaar als op de drijfveren Eigenwaarde en Extraversie hoog (7, 8, 9)gescoord wordt.
Beschrijft u eens een recente presentatie die u gegeven heeft: wat vond uzelf goed gaan en waar kon u zichzelf verbeteren?
Geef eens een voorbeeld van een presentatie waarin u kritische vragen uit het publiek kreeg. Hoe ging u daarmee om? Wat was het uiteindelijke resultaat? Wat zou u een volgende keer anders doen?
Heeft u wel eens een presentatie gegeven die niet aansloeg? Hoe wist u dat de presentatie niet aansloeg? Wat heeft u gedaan tijdens de presentatie om dit te corrigeren?
Wat vindt u moeilijk aan presenteren?
Welke presentatie beschouwt u als uw beste en waarom?
Wees alert op (non-verbale) signalen voor het wisselen van gedragsstijl; mimiek, onderbreken, enzovoort.
Maak (oog)contact met uw toehoorders; zorg voor interactiemomenten.
Zet uw presentatie op papier en zorg voor een pakkende introductie en een duidelijk slot.
Zorg ervoor dat uw kandidaat zijn publiek kent; het is gemakkelijker om aan een groep ‘vrienden’ te presenteren dan aan een groep vreemdelingen.
Vertel uw kandidaat over stemgebruik tijdens het presenteren; let erop dat hij zijn stem goed gebruikt: denk aan tempo, volume en articulatie.
Kijk samen met de kandidaat welke van de gedragsvoorbeelden hij te weinig of niet gebruikt.
Geef ook een terugkoppeling over de manier waarop uw kandidaat in het coaching gesprek zijn presentatievaardigheden gebruikt. Heeft hij zich voorbereid? Pikt hij uw lichaamstaal op? Stelt hij de goede vragen?
Copyright © TMA Method 1999-2018
TMA TMA