Energie: Gedurende een lange(re) periode actief zijn wanneer de functie dat verlangt; uithoudingsvermogen hebben.
heeft uithoudingsvermogen
verdeelt de eigen energie adequaat
heeft inzicht in het eigen energieniveau
werkt lang door zonder vermoeidheid en aandachtsverlies
verdeelt de eigen energie goed en efficiënt
is na intensieve en langdurige inspanning niet opgebrand
ziet niet op tegen extra werk en inspanning
straalt enthousiasme uit, ook na een dag hard werken
is aan het einde van eentonige en langdurige bijeenkomsten nog fit en alert
geeft niet snel op bij het hanteren van taaie problemen, blijft zoeken naar oplossingen
brengt extra energie op voor een belangrijke prestatie
handelt na een zware werkdag zaken nog nauwkeurig af
houdt aanzienlijke belasting lang vol
herstelt zich bij zware tegenslagen snel
heeft nevenfuncties en werkt in de weekeinden en `s avonds door
ziet na zware teleurstellingen toch weer nieuwe mogelijkheden
kan emotioneel belastende gesprekken en situaties hanteren en raakt hierdoor niet uitgeblust
is zich bewust van de eigen energie en verdeelt deze adequaat over de verschillende activiteiten
onderkent de eigen emoties die veel energie kosten en uit deze beheerst
Energie is makkelijk ontwikkelbaar als op de drijfveren Energie & actie en Volharding hoog (7, 8, 9) gescoord wordt.
Op welk moment van de dag bent u het meest actief? Wanneer bent u het minst actief en het minst productief?
Hoeveel overwerk heeft u de afgelopen maanden verricht?
Heeft u naast uw werk nog tijd voor verenigingen, hobby’s of een studie? Hoeveel tijd heeft u de laatste maand daaraan besteed?
Hoe heeft u deze week uw vrije tijd doorgebracht?
Hoeveel slaap heeft u doorgaans nodig? Kunt u zich een situatie herinneren waarin u na weinig slaap toch actief heeft moeten zijn?
Maak voor uzelf duidelijk wat u wilt in de nabije toekomst met uw werk. Waar krijgt u energie van?
Ga voor uzelf na of dit type werk wel bij u past.
Plan momenten van ontspanning.
Ga vaker met de fiets naar het werk.
Blijf positief, klaag niet.
Zorg dat uw kandidaat vaker sport of vaker naar buiten gaat, bijvoorbeeld door naar het werk te fietsen.
Ga samen met uw kandidaat kritisch kijken naar de manier waarop hij zijn leven organiseert en hoe hij omgaat met problemen. Zitten er misschien zaken tussen die veel energie kosten?
Ga na welk soort werk de kandidaat energie oplevert en welk soort werk juist energie kost. Probeer hier een balans in te vinden.
Ga samen met uw kandidaat na wat hem energie geeft in zijn vrije tijd. Laat hem na het werk bewust activiteiten verrichten die energie opleveren.
Onderzoek waar uw kandidaat mogelijke oorzaken ziet liggen die zijn energieniveau belemmeren. Ligt dit aan de inhoud van het werk, de organisatie van het werk, collega’s of misschien een privé probleem?
Copyright © TMA Method 1999-2018
TMA TMA